Werken met gesloten – en open vragen!

In communicatietrainingen en bij onderhandelingen wordt veel de nadruk gelegd op het stellen van open vragen. Open vragen geeft veel ruimte en vrijheid aan de persoon om te komen met wat voor hem/haar relevant is. Gesloten vragen hebben het nadeel dat het gesprek snel in welles/nietes, ja/nee/weet niet vervalt. Onze ervaringen met trainingstrajecten met jongeren nuanceert dat beeld toch. We merken dat het stellen van open vragen weinig tot geen informatie oplevert en dat het gesprek al snel stokt. Vooral voor jongens zijn open vragen in relatie tot persoonlijke, reflecterende thema’s moeilijk. Ze weten eigenlijk niet wat ze moeten antwoorden.

Vraag: Hoe was je dag? 
Antwoord; goed
Vraag: hoezo goed, kun je iets duidelijker zijn?
Antwoord: eh, nou goed, weinig gebeurd


Als je diezelfde jongeren (half) gesloten vragen voorlegt komt er vaak én een gesprek op gang én het levert meer informatie op.

Trainer: er liggen hier drie keuzes op de grond – goed, twijfel en slecht-. Wil je naar de plaats toelopen die voor jou op dit moment het best aangeeft hoe je je voelt
Jongere loopt naar positie tussen goed en twijfel in.
Trainer: ik zie je twijfelen. Kun je daar iets meer over vertellen
Jongeren: nou dat komt omdat…….


Overigens is deze opdracht ook extra verhelderend omdat de jongere een beweging dient te maken (naar een positie toelopen). Je kunt op dat moment ook veel uit zijn lichaamstaal opmaken. Levert dus extra info op boven uitsluitend verbale antwoorden.

Ook bij andere opdrachten zien we dat het gebruik van keuzevragen en/of (half-)gesloten vragen een uitstekende startpositie is om het daadwerkelijke gesprek met jongeren op gang te brengen of op een diepere laag te komen.

9 maart 2020

Het belang van de onderwijsdriehoek: jongere, school, ouders.

Geplaatst 31 januari 2017

Na een aantal jaren ons vooral op jongeren te richten bij motivatieproblemen merken we dat de andere twee in de onderwijsdriehoek, namelijk school en ouders, ook belangrijk zijn. Als we alleen aan de motivatieproblemen van de jongere werken, maar er verandert weinig in de omgang met de ouders of de docenten/mentoren en zorgteam op school, kan er moeilijk een wezenlijke verandering en verankering plaatsvinden. Oftewel de jongere valt snel terug in zijn/haar oude gedrag.

Of zoals een jongere treffend omschreef “Het heeft allemaal toch geen zin, mijn ouders vertrouwen me niet of blijven maar zeuren over huiswerk”

Maar hoe gaat dat in de praktijk. Hoe betrek je die andere partijen bij de aanpak van motivatieproblemen van een jongere.

Op de eerste plaats door er met zowel de ouders als de school (vaak de mentor) helder over te communiceren. Dus zowel over het traject als over de vorderingen ((tussen-)evaluaties). Naar ouders kunnen we opmerkingen die een jongere maakt tijdens de training terugkoppelen en bespreken met de ouders in de tussenevaluatie. Zo vertelde een jongere dat hij veel last had van de druk die zijn moeder legde op het huiswerk maken en vooral op de tijdsduur. Na bespreking met de ouders lieten die ouders die druk iets varen. Daardoor ontspande de jongere en werden de resultaten beter.  Bij de intake kijken we ook naar de eigen schoolbiografie van de ouders. Dit delen met je eigen kind maakt dat er meer wederzijds begrip ontstaat. Met de mentor kunnen we specifieke zaken, als vaardigheden, concentratieproblemen, etc. bespreken.

Onze ervaring is dat als we gedrieën om een jongere heen gaan staan (school, ouders en Motifire) er vaak een kanteling plaatsvindt.Dit is goed voor de motivatie van de jongere.

Reacties welkom!

Domme Vragen??

geplaatst: 30 juni 2015

Vorige week gebeurde het weer: een jongen, laten we hem Bart noemen, 15 jaar, VWO 3, met een serieus motivatieprobleem, zei me dat hij Duits zo’n rotvak vond. Na wat doorvragen vertelde Bart dat de docente hem meerdere malen  “dom”  had genoemd na het stellen van een vraag. Hij had het gevoel dat ze hem voor de hele klas voor schut had gezet en was zelfs bang van haar ! Nou realiseer ik natuurlijk ook dat dit alleen maar zijn kant van het verhaal is, maar hier zakt de moed je wel echt in de schoenen. Hoe kun je een leerling die een vraag stelt dom noemen. Onwillekeurig moest ik denken aan de wiskundeleraar van mijn eigen middelbare school. De man heette Geel van de achternaam en iedereen wist dat als je gele kleding aanhad, hij je voor de klas zette en met onverholen plezier net zo lang doorging tot hij je aan het huilen had gemaakt. Ik dacht dat we dit soort sadisme hadden uitgebannen, dat dit hoorde bij een lang vervlogen tijdperk, maar sinds ik het Motifire-werk doe, kom ik nog geregeld verhalen over kleinerende docenten tegen. 

Hoe kan het toch zo ver komen dat een docent zich tot dit soort gedrag verlaagt ? Is hij verzuurt? Heeft zij een hekel aan scholieren gekregen ? Zijn ze teleurgesteld in de mogelijkheden van het lesgeven of gepasseerd voor een promotie ? Iedereen en zeker iedere docent heeft toch de ervaring dat een scholier gemotiveerd wordt door hun enthousiasme, door hun passie voor hun vak en voor de leerlingen ?

Maar ja, dat zullen ook wel domme vragen zijn.

Reacties welkom!

Intrinsieke motivatie: het toverwoord?

geplaatst: 26 mei 2015

Alle deskundigen en leerkrachten hebben het bij motivatie (-problemen) vooral over het ontwikkelen van de intrinsieke motivatie. Intrinsieke motivatie wordt omschreven “als iemand leert omdat hij/zij daadwerkelijk geïnteresseerd is en echt iets wil weten of kunnen”. Passie dus
Extrinsieke motivatie wordt dan gedefinieerd als “leren omdat er druk van buiten is en niet omdat de lesstof interessant is”. Daarbij onderscheiden we nog drie soorten: leren vanuit een persoonlijk belang, vanuit een interne verplichting (verwachtingen van anderen) en vanuit een externe verplichting (omdat het moet van anderen).
Eigenlijk kan niemand het oneens zijn met de de nadruk op intrinsieke motivatie. Maar het is gemakkelijker gezegd dan gedaan. Hoe verander je het gedrag van een jongen die alleen naar school gaat omdat hij het moet van de school, de docenten en zijn ouders. Dan heb je een hele weg te gaan. Volgens ons zijn er drie strategieën in te zetten:

1. Zoek naar passie bij een ander aspect in zijn/haar leven (hobby, baantje), kijk wat daar de passie is en probeer dat stapje voor stapje toe te passen op een vak/vakken en later op school.

2. Ga stap voor stap te werk van externe verplichting naar externe verwachtingen, naar persoonlijk belang en uiteindelijk intrinsieke motivatie. En ook hier weer  toegespitst op een vak, meerdere vakken, school.

3. Blijft een jongere op moeten zitten, kijk dan waar iemand wel invloed kan hebben binnen de gegeven situatie. Bijvoorbeeld op de wijze van huiswerk maken, de soort opdrachten bij een vak, samenwerken, etc.
Allemaal kleine stapjes, maar wel gericht op meer betrokkenheid, meer motivatie en plezier voor de jongeren!

Reacties welkom!

Zijn jongens minder gemotiveerd dan meisjes?

geplaatst: 18 mei 2015

In onze trainingen krijgen we tot nu toe vooral jongens. Interessant. Zijn daar meer problemen mee, zijn ze minder gemotiveerd, zoeken ze sneller hulp? Wat is er aan de hand?
Een rondje ouders met pubers in de leeftijd 14-20 bevestigd ons beeld: jongens zijn duidelijk minder gemotiveerd voor de (middelbare) school, zakken vaker naar een lager schoolniveau en richten zich ook meer op de zesjes-cultuur. Dit tot ergernis en wanhoop van de ouders. Meisjes zijn vaak gretiger, enthousiaster en volgzamer in het maken van huiswerk en naar school gaan.

Natuurlijk spelen sociale media, games, vrijetijdsbesteding en baantjes een grote rol als geduchte concurrenten van de school. Uit diverse onderzoeken blijkt echter dat ook in het onderwijs oorzaken aan te wijzen zijn:

  • Feminisering van het onderwijs (heel veel vrouwen als docenten, jongens hebben geen rolmodel);
  • Nadruk op communicatie en proces (zachte waarden) en minder op productie en resultaat;
  • Zelfstandige houding die van jongeren verwacht wordt met nadruk op structureren, plannen en samenwerken;
  • Te weinig maatwerk en geïndividualiseerd onderwijs;
  • Jongeren vragen zich oprecht af waarom ze bepaalde dingen wel (moeten)  leren en anderen juist niet.Misschien dienen we de negatieve uitingsvorm van jongens (niet-gemotiveerd zijn) daarom positief ombuigen: zij leggen misschien, wel meer dan meisjes, de vinger op de zere plek. Jongeren, te beginnen bij jongens, vragen anno 2015, een nieuw soort onderwijs die hen aanspreekt op hun kwaliteiten, hun eigen kracht en hun passie. Dat vraagt om onderwijs 3.0

Reacties welkom!